Thans belt een patiënt met een medische hulpvraag ofwel naar het nummer 112, ofwel naar de huisartsenwachtdienst. De patiënt 'trieert' in eerste instantie zijn hulpvraag zelf.

Wanneer de patiënt naar de 112 belt, beslist de operator daar aan de hand van protocollen welk hulpmiddel hij inzet. Stuurt hij een ambulance of een MUG? De mogelijkheid om de huisarts in te schakelen gebruikt de 112-operator thans in de praktijk zelden, maar zou voor de operatoren een grote meerwaarde hebben. Dat bleek onder meer uit de toelichtingen op het symposium zaterdag.

Tijdens de zogenaamde dry-run in Leuven en Tienen, die loopt tot het eind van dit jaar, wordt een ander systeem uitgetest. Aan een selectie van patiënten die zich aanmelden met een ongeplande zorgvraag op de spoed, de huisartsenwachtpost of in de huisartsenpraktijken, wordt gevraagd met hun probleem naar het nummer 1733 te bellen. Daar wordt de zorgvraag getrieerd en 'virtueel' gereguleerd volgens nieuwe protocollen. Die nieuwe protocollen zijn het resultaat van het in elkaar schuiven van de bestaande 112-protocollen, en bestaande huisartsenprotocollen - met name die die door het Brugse 1733-project werden ontwikkeld en die werden gevalideerd door Domus Medica.

De bedoeling van het project in Leuven-Tienen was aanvankelijk vooral bedoeld om deze in elkaar geschoven, geuniformiseerde protocollen op het terrein uit te testen. Maar de overheid, die op zoek is naar mogelijkheden om de huisartsenwachtdienst en de spoed naadloos op elkaar te laten aansluiten, zag brood in een dergelijk experiment. Het kabinet deelde het onderzoeksproject een hoofdrol toe in de zoektocht naar een betere organisatie van de niet-planbare, acute zorg in ons land.

De dry-run in Leuven-Tienen moet in kaart brengen welke verschuivingen een geuniformiseerde telefonische triage zou teweegbrengen. Hoeveel oproepen zou men kunnen verwachten? Welke mankracht vraagt dit voor de noodcentrales? Hoeveel patiënten zouden met hun hulpvraag op een ander echelon terechtkomen? Welke gevolgen zou dit hebben voor de spoed, en voor de huisartsen?

De resultaten van dit onderzoek moet de beleidskeuzes verder ondersteunen, en indirect helpen om te berekenen wat de implementatie van 1733 zou kosten.

Op het symposium zaterdag werd ook bekeken wat de mogelijke voordelen en de risico's zijn van dit systeem voor de spoed én voor de huisartsen(wachtpost).

Thans belt een patiënt met een medische hulpvraag ofwel naar het nummer 112, ofwel naar de huisartsenwachtdienst. De patiënt 'trieert' in eerste instantie zijn hulpvraag zelf. Wanneer de patiënt naar de 112 belt, beslist de operator daar aan de hand van protocollen welk hulpmiddel hij inzet. Stuurt hij een ambulance of een MUG? De mogelijkheid om de huisarts in te schakelen gebruikt de 112-operator thans in de praktijk zelden, maar zou voor de operatoren een grote meerwaarde hebben. Dat bleek onder meer uit de toelichtingen op het symposium zaterdag. Tijdens de zogenaamde dry-run in Leuven en Tienen, die loopt tot het eind van dit jaar, wordt een ander systeem uitgetest. Aan een selectie van patiënten die zich aanmelden met een ongeplande zorgvraag op de spoed, de huisartsenwachtpost of in de huisartsenpraktijken, wordt gevraagd met hun probleem naar het nummer 1733 te bellen. Daar wordt de zorgvraag getrieerd en 'virtueel' gereguleerd volgens nieuwe protocollen. Die nieuwe protocollen zijn het resultaat van het in elkaar schuiven van de bestaande 112-protocollen, en bestaande huisartsenprotocollen - met name die die door het Brugse 1733-project werden ontwikkeld en die werden gevalideerd door Domus Medica. De bedoeling van het project in Leuven-Tienen was aanvankelijk vooral bedoeld om deze in elkaar geschoven, geuniformiseerde protocollen op het terrein uit te testen. Maar de overheid, die op zoek is naar mogelijkheden om de huisartsenwachtdienst en de spoed naadloos op elkaar te laten aansluiten, zag brood in een dergelijk experiment. Het kabinet deelde het onderzoeksproject een hoofdrol toe in de zoektocht naar een betere organisatie van de niet-planbare, acute zorg in ons land. De dry-run in Leuven-Tienen moet in kaart brengen welke verschuivingen een geuniformiseerde telefonische triage zou teweegbrengen. Hoeveel oproepen zou men kunnen verwachten? Welke mankracht vraagt dit voor de noodcentrales? Hoeveel patiënten zouden met hun hulpvraag op een ander echelon terechtkomen? Welke gevolgen zou dit hebben voor de spoed, en voor de huisartsen? De resultaten van dit onderzoek moet de beleidskeuzes verder ondersteunen, en indirect helpen om te berekenen wat de implementatie van 1733 zou kosten. Op het symposium zaterdag werd ook bekeken wat de mogelijke voordelen en de risico's zijn van dit systeem voor de spoed én voor de huisartsen(wachtpost).