Voor de oorsprong van Arts in Nood moeten we terug naar 2013. Toen startte dr. Michel Bafort, toenmalig voorzitter van de Orde der Artsen in Oost-Vlaanderen, een pilootproject voor collega's die kampten met een burn-out of andere psychische problemen.

Bedoeling: hen professionele, laagdrempelige en - zeer belangrijk - discrete hulp aanbieden. In november 2016 rolde de Orde het project nationaal uit. Met dank aan ... de elektronische stemprocedure voor de medische verkiezingen. Die digitalisering spaarde de Orde een boel portkosten uit, geld dat ze investeerde in Arts in Nood.

Vertrouwensartsen

Vandaag, ruim tweeënhalf jaar later, maakt Koen Matton de balans op. Als coördinator van het project bij de Nationale Raad van de Orde van Artsen vangt hij de hulpvragen van artsen op. In sommige gevallen kan hij hen zelf helpen of verwijzen, bijvoorbeeld bij administratieve of financiële problemen.

Als er sprake is van psychische problemen, verwijst hij hen naar één van de intussen 60 vertrouwensartsen in het project, verspreid over heel België. Die bekijkt dan in alle discretie samen met de arts die komt aankloppen welke hulp er nodig is en begeleidt hem of haar naar de meest geschikte zorgverlener.

"Het meest voorkomende probleem waar artsen mee aankloppen, is burn-out. Maar ook depressieve klachten, relatieproblemen, conflicten met collega's, financiële moeilijkheden, verslaving en andere problemen passeren de revue", zegt Matton.

Onbekende wereld

Naast hulpverlening zet Arts in Nood in op sensibilisering. Vooraleer iemand hulp zoekt, moet hij of zij eerst er kennen dat er een probleem is. En daar wringt het schoentje dikwijls. "Zeker artsen hebben daar moeite mee", stelt Matton vast. "Terwijl ze de kleinste klacht van hun patiënten al serieus nemen, minimaliseren of negeren ze vaak hun eigen sluimerende problemen. Met als gevolg dat die dreigen te escaleren. En dat is dubbel jammer: niet alleen de artsen en hun thuisomgeving worden dan getroffen, ook de zorg voor hun patiënten kan eronder lijden."

"Ook wanneer een probleem niet langer te ontkennen valt, zetten veel artsen moeilijk de stap naar professionele hulp. Sommigen omdat de geestelijke gezondheidszorg een relatief onbekende wereld is voor hen, anderen omdat ze zich schamen, nog anderen omdat ze bang zijn voor ge roddel door collega's, noem maar op. Door in te zetten op sensibilisering, proberen we dat taboe te doorbreken en de drempel naar professionele hulp te verlagen."

Internationale kennisopbouw

Arts in Nood verzamelt ook wetenschappelijke kennis en praktijkervaringen over de preventie en de aanpak van psychische problemen bij artsen: waarom duiken er problemen op, welke signalen zijn er op voorhand, wat zijn de belangrijkste triggers, hoe kunnen we voorkomen dat problemen escaleren, wat houdt artsen tegen om hun problemen aan te kaarten... "Door dat in kaart te brengen, kunnen we onze aanpak verder verbeteren", aldus Koen Matton.

Samen met andere Europese hulporganisaties voor artsen heeft Arts in Nood zich verenigd in de European Practitioner Health Provider Network. "De ver schillende organisaties wisselen daar ervaringen uit over hun aanpak, over wat wél en wat níet werkt. In het Verenigd Koninkrijk en Catalonië bijvoorbeeld kunnen ze bogen op een ervaring van respectievelijk 10 en 20 jaar en hebben ze vandaag een sterk uitgebouwd zorgaanbod voor artsen met psychische problemen. Daar kunnen wij heel wat van opsteken."

Jonge generaties

Matton stelt wel verandering vast bij jongere generaties. "Zij hebben minder moeite om over psychische problemen te spreken. Dat is positief. In de eerste plaats voor henzelf, want zo belanden ze sneller bij de juiste hulp. Maar ook voor de artsenwereld in het algemeen is dat een goede zaak. Hoe meer artsen met hun problemen naar buiten treden, hoe lager de drempel wordt voor anderen om hulp te zoeken."

"Veel aso's ervaren een gevoel van 'uitbuiting' tijdens hun stage. De hoge werkdruk speelt een rol maar is meestal niet de belangrijkste reden. Veel frustrerender vinden aso's het dat ze voornamelijk voor administratieve zaken worden ingezet, wat ten koste gaat van hun klinische opleiding. En in dat klinisch werk voelen ze zich op de koop toe vaak te weinig begeleid. Daardoor hebben ze het gevoel niet veel bij te leren, ook al kloppen ze massaal veel uren. Het is logisch dat zoiets wringt", gaat Matton verder.

"Ook daarom vind ik het belangrijk dat het taboe doorbroken wordt. Artsen met psychische problemen de juiste hulp aanbieden is slechts een deel van de oplossing. We moeten ook de structurele oorzaken proberen weg te nemen, zoals de vaak onverantwoord hoge werkdruk tijdens de stage en het assistentschap. Anders blijft het dweilen met de kraan open. Met hoe meer we zijn om die zaken aan te kaarten, hoe hoger dit belandt op de agenda's van artsenverenigingen en -organisaties, universiteiten, administraties en overheden."

Samen sterker

De voorbije jaren groeide de aandacht voor psychische problemen, zowel binnen de brede maatschappij als in de zorgsector zelf. Het beroep van klinisch psycholoog is wettelijk erkend, de eerste stappen rond de terugbetaling van een bezoek aan de psycholoog zijn gezet, in de bank- en de ziekenhuissector lopen langdurige projecten rond de preventie van burn-out (zie ook AK 2574, blz. 18-19), in andere sectoren lopen kleinere projecten rond de preventie en aanpak van psychische problemen...

"Specifiek voor artsen bestaan er tegenwoordig ook al heel wat waardevolle initiatieven naast Arts in Nood, weet Matton. Je hebt Doctors4Doctors in Antwerpen, le Comité Provincial d'Entraide Médicale in Luik, la Commission Professionnelle et Sociale in Brussel en Waals-Brabant. Elk van die initiatieven legt zijn eigen accenten, en dat is goed. Maar als we de krachten zouden bundelen, kunnen we nog veel meer artsen bereiken en sterker wegen op het beleid. Ik hoop dat dit er binnenkort van komt."

Meer info: www.artsinnood.be

Cijfers & feiten

Van alle hulpvragen is 22% afkomstig van (huis)artsen in opleiding en studenten geneeskunde, 35% van specialisten en 38% van huisartsen. De overige 5% is afkomstig van o.a. arbeidsartsen, schoolartsen...

De helft van de artsen die hulp zoeken neemt telefonisch contact op met Arts in Nood. De andere helft doet dat via het webformulier of via mail.

37% van de hulpvragen komt van mannelijke artsen, 63% van vrouwelijke artsen.

In 83% van de gevallen is het de arts die zelf contact opneemt met Arts in Nood. In de overige gevallen verloopt het eerste contact via familie, collega's of een vertrouwensarts. Is dat het geval, dan zoekt Arts in Nood samen met de aanmelder hoe ze de arts kunnen motiveren om zelf contact op te nemen. Hulp is enkel mogelijk als de vraag rechtstreeks van de hulpbehoevende arts komt.