De Europese richtlijn 2013/35/EU werd opgesteld ter bescherming van werknemers tegen de gevaren van niet-ioniserende elektromagnetische straling zoals MRI-magneetvelden. Ze voorziet expliciet dat het personeel wordt voorgelicht over de mogelijke indirecte gevolgen van blootstelling, over het mogelijk optreden van voorbijgaande symptomen en gewaarwordingen die verband houden met effecten in het centrale en perifere zenuwstelsel en over werknemers met een verhoogd risico. Daarbij dienen zij specifiek te worden getraind, bijvoorbeeld om langzaam te bewegen bij sterke statische magnetische velden. Bewegingen wekken immers elektrische velden op en versterken bovendien eventuele misselijkheid en duizeligheid.

Uitgebreid

De richtlijn laat niets aan het toeval over en vermeldt zowel de thermische als de niet-thermische (stimulering van spieren, zenuwen of zintuigen) effecten en de elektrische stromen die in het lichaam kunnen ontstaan door MRI-magneetvelden. Stimulering van zintuigen leidt bijvoorbeeld tot de hierboven beschreven voorbijgaande symptomen zoals duizeligheid en anderzijds netvliesfosfenen. Dat laatste zijn lichtgewaarwordingen door mechanische, elektrische of magnetische prikkeling van het netvlies.

Indirect, en dan vooral belangrijk naar patiënten toe, kan interferentie met medische apparatuur en hulpmiddelen (pacemakers, defibrillators, cochlea- en andere implantaten, insuline- of infuuspompen, zenuwstimulatoren) een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid opleveren.

Boven de limiet

In de richtlijn worden de grenswaarden en actieniveaus vastgelegd aan de hand van bewezen gezondheidseffecten. Daar het in de praktijk niet altijd mogelijk is om een hogere blootstelling te vermijden, bijvoorbeeld bij MRI-geleide ingrepen, laat de richtlijn toe dat de blootstelling van werknemers de grenswaarden overschrijdt op voorwaarde dat dit slechts tijdelijk plaatsvindt en de blootstellinggrenswaarden voor effecten op de gezondheid niet overschreden worden.

Verder dient de werkgever een risicobeoordeling uit te voeren waarbij onder meer wordt gemeten waar grenswaarden worden bereikt. Op die plekken kunnen er eventueel gevarenborden worden geplaatst.
Als de werknemer symptomen van voorbijgaande aard ervaart, dienen preventiemaatregelen te worden geoptimaliseerd. Denk daarbij aan een beperking van de blootstellingduur binnen het gebied waar grenswaarden overschreden kunnen worden.

Ook patiënten

De International Commission on Non-ionizing Radiation (ICNIRP) raadt bovendien artsen aan om bij het inplannen van MRI-opnames steeds rekening te houden met de tolerantie van patiënten naar het verhogen van de lichaamstemperatuur en met de noodzaak om neurale stimulering te vermijden. Zwangere patiënten verdienen daarbij speciale aandacht. Bij hen wordt aangeraden om de blootstellingduur tot een minimum te beperken.

De Europese richtlijn 2013/35/EU werd opgesteld ter bescherming van werknemers tegen de gevaren van niet-ioniserende elektromagnetische straling zoals MRI-magneetvelden. Ze voorziet expliciet dat het personeel wordt voorgelicht over de mogelijke indirecte gevolgen van blootstelling, over het mogelijk optreden van voorbijgaande symptomen en gewaarwordingen die verband houden met effecten in het centrale en perifere zenuwstelsel en over werknemers met een verhoogd risico. Daarbij dienen zij specifiek te worden getraind, bijvoorbeeld om langzaam te bewegen bij sterke statische magnetische velden. Bewegingen wekken immers elektrische velden op en versterken bovendien eventuele misselijkheid en duizeligheid. Uitgebreid De richtlijn laat niets aan het toeval over en vermeldt zowel de thermische als de niet-thermische (stimulering van spieren, zenuwen of zintuigen) effecten en de elektrische stromen die in het lichaam kunnen ontstaan door MRI-magneetvelden. Stimulering van zintuigen leidt bijvoorbeeld tot de hierboven beschreven voorbijgaande symptomen zoals duizeligheid en anderzijds netvliesfosfenen. Dat laatste zijn lichtgewaarwordingen door mechanische, elektrische of magnetische prikkeling van het netvlies.Indirect, en dan vooral belangrijk naar patiënten toe, kan interferentie met medische apparatuur en hulpmiddelen (pacemakers, defibrillators, cochlea- en andere implantaten, insuline- of infuuspompen, zenuwstimulatoren) een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid opleveren. Boven de limiet In de richtlijn worden de grenswaarden en actieniveaus vastgelegd aan de hand van bewezen gezondheidseffecten. Daar het in de praktijk niet altijd mogelijk is om een hogere blootstelling te vermijden, bijvoorbeeld bij MRI-geleide ingrepen, laat de richtlijn toe dat de blootstelling van werknemers de grenswaarden overschrijdt op voorwaarde dat dit slechts tijdelijk plaatsvindt en de blootstellinggrenswaarden voor effecten op de gezondheid niet overschreden worden.Verder dient de werkgever een risicobeoordeling uit te voeren waarbij onder meer wordt gemeten waar grenswaarden worden bereikt. Op die plekken kunnen er eventueel gevarenborden worden geplaatst. Als de werknemer symptomen van voorbijgaande aard ervaart, dienen preventiemaatregelen te worden geoptimaliseerd. Denk daarbij aan een beperking van de blootstellingduur binnen het gebied waar grenswaarden overschreden kunnen worden. Ook patiënten De International Commission on Non-ionizing Radiation (ICNIRP) raadt bovendien artsen aan om bij het inplannen van MRI-opnames steeds rekening te houden met de tolerantie van patiënten naar het verhogen van de lichaamstemperatuur en met de noodzaak om neurale stimulering te vermijden. Zwangere patiënten verdienen daarbij speciale aandacht. Bij hen wordt aangeraden om de blootstellingduur tot een minimum te beperken.