Eerst het goede nieuws: er is een sterke daling van het aantal MRSA-infecties (methicillineresistente Staphylococcus aureus). In één decennium is hun voorkomen met twee derde gedaald tot gemiddeld één geval per duizend opnames. Opvallend daarbij is wel dat de incidentie in België wel 1,1 per duizend kan zijn, in Wallonië is dat 1,8 per duizend, in Vlaanderen 0,8.


Minder positief zijn de tekortkomingen van het epidemiologische toezicht op het vlak van de infecties opgelopen op de intensieve zorgeenheden en na chirurgische ingrepen. Hierdoor zijn veel ziekenhuizen niet in staat om precieze cijfers met betrekking tot de infecties in hun structuur te geven. Sommige preventieprocessen missen ook doorlichting, daar is duidelijk een lacune.


Wat de indicatoren betreft, is elke indicator opgedeeld in een aantal elementen. Wie daaraan voldoet, krijgt een punt. Zo zijn er zes indicatoren binnen de categorie 'organisatie', gaande van een algemeen strategisch plan over minimum vier vergaderingen van het comité tot een gedetailleerd actieplan. Vlaanderen scoort op dit onderdeel uitzonderlijk goed. In Brussel zijn er precies evenveel ziekenhuizen die hoog scoren als opvallend laag. De gemiddelde score voor België is relatief hoog.
Wat de categorie 'middelen' betreft, krijgen we zeven indicatoren, gaande van de verhouding tussen het effectief aantal artsen en het theoretisch aantal artsen, idem voor verpleegkundigen, over het aantal uren of contacten voor opleiding en het aantal deelnemers aan die opleidingen. Brussel scoort hierop uitzonderlijk goed, gevolgd door Wallonië. Dit is het zwakke punt van de Vlaamse ziekenhuizen.


Gaan we naar de derde en laatste categorie, 'actie', dan krijgen we 20 indicatoren, gaande van twee indicatoren die verbonden zijn met de deelname aan vergaderingen, 11 indicatoren die gaan over de surveillance en 7 voor auditprocessen. Toch zijn er maar 20 punten mee te verdienen, aangezien er ook één open vraag in is opgenomen. Op dit onderdeel scoren de Vlaamse ziekenhuizen gemiddeld tot opvallend hoog. Het is hét zwakke element langs de Waalse kant. De gemiddelde Belgische score is daardoor ook zwak.


Toch kunnen we de Brusselse en Waalse ziekenhuizen niet verdenken van het zuinig omspringen van handalcohol. Met een gemiddelde van 20 liter per duizend ligdagen scoort Brussel met 28 liter per duizend ligdagen zeer hoog. Hoger dan Wallonië (20,8 liter) en meer dan de helft hoger dan Vlaanderen (18,3 liter).

Eerst het goede nieuws: er is een sterke daling van het aantal MRSA-infecties (methicillineresistente Staphylococcus aureus). In één decennium is hun voorkomen met twee derde gedaald tot gemiddeld één geval per duizend opnames. Opvallend daarbij is wel dat de incidentie in België wel 1,1 per duizend kan zijn, in Wallonië is dat 1,8 per duizend, in Vlaanderen 0,8. Minder positief zijn de tekortkomingen van het epidemiologische toezicht op het vlak van de infecties opgelopen op de intensieve zorgeenheden en na chirurgische ingrepen. Hierdoor zijn veel ziekenhuizen niet in staat om precieze cijfers met betrekking tot de infecties in hun structuur te geven. Sommige preventieprocessen missen ook doorlichting, daar is duidelijk een lacune. Wat de indicatoren betreft, is elke indicator opgedeeld in een aantal elementen. Wie daaraan voldoet, krijgt een punt. Zo zijn er zes indicatoren binnen de categorie 'organisatie', gaande van een algemeen strategisch plan over minimum vier vergaderingen van het comité tot een gedetailleerd actieplan. Vlaanderen scoort op dit onderdeel uitzonderlijk goed. In Brussel zijn er precies evenveel ziekenhuizen die hoog scoren als opvallend laag. De gemiddelde score voor België is relatief hoog. Wat de categorie 'middelen' betreft, krijgen we zeven indicatoren, gaande van de verhouding tussen het effectief aantal artsen en het theoretisch aantal artsen, idem voor verpleegkundigen, over het aantal uren of contacten voor opleiding en het aantal deelnemers aan die opleidingen. Brussel scoort hierop uitzonderlijk goed, gevolgd door Wallonië. Dit is het zwakke punt van de Vlaamse ziekenhuizen. Gaan we naar de derde en laatste categorie, 'actie', dan krijgen we 20 indicatoren, gaande van twee indicatoren die verbonden zijn met de deelname aan vergaderingen, 11 indicatoren die gaan over de surveillance en 7 voor auditprocessen. Toch zijn er maar 20 punten mee te verdienen, aangezien er ook één open vraag in is opgenomen. Op dit onderdeel scoren de Vlaamse ziekenhuizen gemiddeld tot opvallend hoog. Het is hét zwakke element langs de Waalse kant. De gemiddelde Belgische score is daardoor ook zwak. Toch kunnen we de Brusselse en Waalse ziekenhuizen niet verdenken van het zuinig omspringen van handalcohol. Met een gemiddelde van 20 liter per duizend ligdagen scoort Brussel met 28 liter per duizend ligdagen zeer hoog. Hoger dan Wallonië (20,8 liter) en meer dan de helft hoger dan Vlaanderen (18,3 liter).