Het bestaande akkoord dateerde van 2021 en moest voor het einde van 2023 vernieuwd worden. De onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van artsen en ziekenhuizen verliep moeizaam maar de deadline werd net gehaald.

Arbeidstijd, verloning

Het akkoord zorgt voor een evenwichtigere spreiding van arbeidsprestaties. Arts-specialisten in opleiding zullen niet langer verschillende weken na elkaar het maximum aantal van 72 arbeidsuren mogen presteren. Binnen een periode van één maand mogen maximaal 260 uren ingeroosterd worden.

Daarnaast kunnen aso's uitkijken naar financiële verbeteringen. De verloning voor prestaties op oncomfortabele uren wordt verhoogd tot 135% van het basisloon, en die voor prestaties op zon- en feestdagen tot 160%.

Het forfait voor woon-werkverkeer gaat met 50 euro omhoog. Ook prestaties die thuis worden uitgevoerd tijdens een wachtdienst worden voortaan vergoed.

Voor een zwangere aso zal de toegelaten arbeidstijd nog maximum 48 uur bedragen.

De aso's krijgen 2 vakantiedagen meer.

6,7 miljoen extra

Om de nieuwe collectieve overeenkomst te financieren stijgt het daarvoor gereserveerde budget in 2024 van 30 naar 36,7 miljoen euro.

Ziekenhuizen zullen moeten aantonen dat ze deze extra middelen effectief gebruiken voor artsen in opleiding.

Er komt naar verluidt nog een grondige analyse van de reële meerkost van de vorige collectieve overeenkomst van 19/5/2021 en van de besteding van de eerste schijf van 30 miljoen euro die hiervoor werd gefinancierd.

Het nieuwe akkoord wordt over ten laatste 4 jaar geëvalueerd.

Sociale bescherming

Vaso - de vereniging van artsen-specialisten in opleiding - en de artsenvakbonden Bvas en ASGB/Kartel reageren tevreden op het akkoord. De artsensyndicaten steunen in hun communicatie de artsen in opleiding.

Voor Vaso is het verhaal hiermee nog lang niet rond. Er moet nog werk gemaakt worden van een betere sociale bescherming, van de pensioenopbouw tijdens de beroepsopleiding en van een splitsing van de dubbele rol van werkgever en opleider.

Het bestaande akkoord dateerde van 2021 en moest voor het einde van 2023 vernieuwd worden. De onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van artsen en ziekenhuizen verliep moeizaam maar de deadline werd net gehaald.Arbeidstijd, verloningHet akkoord zorgt voor een evenwichtigere spreiding van arbeidsprestaties. Arts-specialisten in opleiding zullen niet langer verschillende weken na elkaar het maximum aantal van 72 arbeidsuren mogen presteren. Binnen een periode van één maand mogen maximaal 260 uren ingeroosterd worden.Daarnaast kunnen aso's uitkijken naar financiële verbeteringen. De verloning voor prestaties op oncomfortabele uren wordt verhoogd tot 135% van het basisloon, en die voor prestaties op zon- en feestdagen tot 160%. Het forfait voor woon-werkverkeer gaat met 50 euro omhoog. Ook prestaties die thuis worden uitgevoerd tijdens een wachtdienst worden voortaan vergoed.Voor een zwangere aso zal de toegelaten arbeidstijd nog maximum 48 uur bedragen.De aso's krijgen 2 vakantiedagen meer.6,7 miljoen extraOm de nieuwe collectieve overeenkomst te financieren stijgt het daarvoor gereserveerde budget in 2024 van 30 naar 36,7 miljoen euro.Ziekenhuizen zullen moeten aantonen dat ze deze extra middelen effectief gebruiken voor artsen in opleiding.Er komt naar verluidt nog een grondige analyse van de reële meerkost van de vorige collectieve overeenkomst van 19/5/2021 en van de besteding van de eerste schijf van 30 miljoen euro die hiervoor werd gefinancierd.Het nieuwe akkoord wordt over ten laatste 4 jaar geëvalueerd.Sociale beschermingVaso - de vereniging van artsen-specialisten in opleiding - en de artsenvakbonden Bvas en ASGB/Kartel reageren tevreden op het akkoord. De artsensyndicaten steunen in hun communicatie de artsen in opleiding.Voor Vaso is het verhaal hiermee nog lang niet rond. Er moet nog werk gemaakt worden van een betere sociale bescherming, van de pensioenopbouw tijdens de beroepsopleiding en van een splitsing van de dubbele rol van werkgever en opleider.