Begin februari verscheen een KB over de programmatie van interventionele beroertezorg. Dat bepaalt dat bijvoorbeeld een trombectomie alleen nog in gespecialiseerde stroke units mag plaatsvinden. Die moeten over voldoende infrastructuur en gespecialiseerd personeel beschikken.

Er zou in ons land maar plaats zijn voor 15 van dergelijke centra. De verdeling ervan over de verschillende gewesten moet de IMC Volksgezondheid vastleggen. En dat gebeurde dus begin vorige week.

De ministers bevoegd voor Volksgezondheid kwamen overeen dat er in Wallonië vijf van dergelijke units komen, in Brussel drie en in Vlaanderen zeven.

Lorin Parys, lid voor de N-VA van het Vlaamse Parlement, reageerde in de pers tegen dit akkoord. In De Standaard en in De Ochtend op Radio 1 stelde hij dat deze verdeling Vlaanderen benadeelt. Ze houdt in dat er in Vlaanderen een stroke unit komt per 935.255 inwoners, in Wallonië per 724.106 inwoners, en in Brussel per 387.014.

De verdeling tussen Vlaanderen en Wallonië betwist hij niet. Wallonië heeft een groter grondgebied en de aanrijtijden zijn van kritisch belang. Maar in Brussel is er sprake van een scheeftrekking. Het kan toch niet dat Vlaanderen - goed voor 60% van de bevolking - maar zeven centra zou krijgen, terwijl Brussel en Wallonië - goed voor 40% van de bevolking - er samen acht zouden krijgen.

De woordvoerder van minister Jo Vandeurzen vindt evenwel niet dat Vlaanderen benadeeld is. Hij gaat ervan uit dat Vlaanderen één van de units in Brussel zal erkennen, zegt hij in De Standaard. Eén centrum volstaat volgens de internationale literatuur om een bevolking van meer dan 1 miljoen te behandelen.