De cijfers komen uit de analyse van 544.344 ziekenhuisfacturen uit 2015 bij de leden van de Socialistische Ziekenfondsen. Om zijn leden beter te informeren actualiseerde het ziekenfonds de zoekmodule op zijn website. Patiënten krijgen daar zicht op de gemiddelde prijs van 16 veel voorkomende ingrepen in verschillende ziekenhuizen.

Hoge ereloonsupplementen in eenpersoonskamers

Het zijn vooral kamer-en ereloonsupplementen die de factuur voor de patiënt hoog doen oplopen. In twee-en meepersoonskamers werden deze supplementen in 2013 volledig afgeschaft. Dit verbod probeert men nu echter via andere wegen te omzeilen, onder meer door een fors prijskaartje te hangen aan een eenpersoonskamer. Een patiënt betaalt gemiddeld 1.702 euro voor een verblijf in een eenpersoonskamer, dat is 7 maal zoveel als in een twee-of meerpersoonskamer.

In een eenpersoonskamer bestaat de factuur momenteel voor 65% uit ereloonsupplementen. De cijfers tonen aan dat de dat het financiële risico zich in toenemende mate verplaatst naar de patiënt in de eenpersoonskamer. Het totale volume aan ereloonsupplementen steeg met 9%, van 112 miljoen euro in 2013 tot 122 miljoen euro in 2015.

Het gemiddelde ereloonsupplement steeg in 2015 tot 1.104 euro, ten opzichte van 1.033 euro in 2013 (+7%). In Vlaanderen en Wallonië stegen de gevraagde ereloonsupplementen met respectievelijk 8% en 9% sterker dan in Brussel (+4%). In Brussel blijven de bedragen wel een pak hoger liggen dan in de andere regio's van ons land.

Figuur 1. Evolutie gemiddelde ereloonsupplement op een eenpersoonskamer in België (2013-2015).

Het gemiddelde percentage aan ereloonsupplementen dat wordt aangerekend in ons land stijgt op twee jaar tijd van 137 % van het conventietarief tot 142%. Dat is een stijging van 5% op twee jaar tijd. In Wallonië ging het om een stijging van 12%, een stuk sterker dan in Vlaanderen (+3%). De stijgingen in beide landsdelen wijzen er op dat de patiënt in een eenpersoonskamer via zijn factuur het verbod op de kamer-en ereloonsupplementen uit 2013 moet compenseren. Brussel kent een lichte daling in zijn gemiddelde percentage aan ereloonsupplementen maar blijft wel met een gemiddelde van meer dan 200% zitten. Als patiënt betaal je er dus een driedubbel ereloon.

Figuur 2. Evolutie gemiddelde percentage aan ereloonsupplementen ten opzichte van het conventietarief per regio (2013-2015).

Artsen dreigen om tariefakkoorden op te schorten...

... zal de financiële belasting voor de patiënt op de eenpersoonskamer nog stijgen, terwijl die nu al aanzienlijk zijn. Zo is de kostprijs voor het vrijmaken van het handwortelkanaal (carpaal tunnel) in een eenpersoonskamer met 17% gestegen. Van 476 euro in 2014 naar 559 euro in 2015. Komt daar nog bij dat veel patiënten wel een hospitalisatieverzekering hebben, maar er zich niet van bewust zijn dat die vaak maar tot op bepaalde hoogte ereloonsupplementen terugbetalen. Het kan dus zijn dat het ziekenhuis ereloonsupplementen aan 300% aanrekent, terwijl de verzekering van de patiënt maar ereloonsupplementen aan 100% van de officiële tarieven terugbetaald. De overige 200% dient de patiënt dan uit eigen zak te betalen. Een gezondheidszorg zonder ereloonsupplementen zou de patiënt een veel betere bescherming geven, ongeacht of deze een hospitalisatieverzekering heeft.

De cijfers komen uit de analyse van 544.344 ziekenhuisfacturen uit 2015 bij de leden van de Socialistische Ziekenfondsen. Om zijn leden beter te informeren actualiseerde het ziekenfonds de zoekmodule op zijn website. Patiënten krijgen daar zicht op de gemiddelde prijs van 16 veel voorkomende ingrepen in verschillende ziekenhuizen. Hoge ereloonsupplementen in eenpersoonskamers Het zijn vooral kamer-en ereloonsupplementen die de factuur voor de patiënt hoog doen oplopen. In twee-en meepersoonskamers werden deze supplementen in 2013 volledig afgeschaft. Dit verbod probeert men nu echter via andere wegen te omzeilen, onder meer door een fors prijskaartje te hangen aan een eenpersoonskamer. Een patiënt betaalt gemiddeld 1.702 euro voor een verblijf in een eenpersoonskamer, dat is 7 maal zoveel als in een twee-of meerpersoonskamer. In een eenpersoonskamer bestaat de factuur momenteel voor 65% uit ereloonsupplementen. De cijfers tonen aan dat de dat het financiële risico zich in toenemende mate verplaatst naar de patiënt in de eenpersoonskamer. Het totale volume aan ereloonsupplementen steeg met 9%, van 112 miljoen euro in 2013 tot 122 miljoen euro in 2015. Het gemiddelde ereloonsupplement steeg in 2015 tot 1.104 euro, ten opzichte van 1.033 euro in 2013 (+7%). In Vlaanderen en Wallonië stegen de gevraagde ereloonsupplementen met respectievelijk 8% en 9% sterker dan in Brussel (+4%). In Brussel blijven de bedragen wel een pak hoger liggen dan in de andere regio's van ons land. Figuur 1. Evolutie gemiddelde ereloonsupplement op een eenpersoonskamer in België (2013-2015). Het gemiddelde percentage aan ereloonsupplementen dat wordt aangerekend in ons land stijgt op twee jaar tijd van 137 % van het conventietarief tot 142%. Dat is een stijging van 5% op twee jaar tijd. In Wallonië ging het om een stijging van 12%, een stuk sterker dan in Vlaanderen (+3%). De stijgingen in beide landsdelen wijzen er op dat de patiënt in een eenpersoonskamer via zijn factuur het verbod op de kamer-en ereloonsupplementen uit 2013 moet compenseren. Brussel kent een lichte daling in zijn gemiddelde percentage aan ereloonsupplementen maar blijft wel met een gemiddelde van meer dan 200% zitten. Als patiënt betaal je er dus een driedubbel ereloon.Figuur 2. Evolutie gemiddelde percentage aan ereloonsupplementen ten opzichte van het conventietarief per regio (2013-2015).Artsen dreigen om tariefakkoorden op te schorten...... zal de financiële belasting voor de patiënt op de eenpersoonskamer nog stijgen, terwijl die nu al aanzienlijk zijn. Zo is de kostprijs voor het vrijmaken van het handwortelkanaal (carpaal tunnel) in een eenpersoonskamer met 17% gestegen. Van 476 euro in 2014 naar 559 euro in 2015. Komt daar nog bij dat veel patiënten wel een hospitalisatieverzekering hebben, maar er zich niet van bewust zijn dat die vaak maar tot op bepaalde hoogte ereloonsupplementen terugbetalen. Het kan dus zijn dat het ziekenhuis ereloonsupplementen aan 300% aanrekent, terwijl de verzekering van de patiënt maar ereloonsupplementen aan 100% van de officiële tarieven terugbetaald. De overige 200% dient de patiënt dan uit eigen zak te betalen. Een gezondheidszorg zonder ereloonsupplementen zou de patiënt een veel betere bescherming geven, ongeacht of deze een hospitalisatieverzekering heeft.