"Hogere opleidingsquota invoeren is maar een deel van de oplossing aangezien de specialisatie drie jaar duurt. Het is ook een gelegenheid om nieuwe profielen te integreren, en om de productiviteit te verhogen dank zij de robotisering en door bepaalde taken naar de assistenten door te schuiven", vindt Harun Yaras. "Er is een visietekst in voorbereiding over de ziekenhuisapotheek ter attentie van de volgende minister. Die houdt rekening met de plaats van de apotheker in het ziekenhuislandschap, met de wetgeving, de rol van de ziekenhuisapothekers in de zorg (klinische farmacie), met de manier waarop de opleiding van farmacotechnische assistenten verbeterd kan worden,... Ook de sensibilisering van het IFIC voor de problematiek zit erin vervat."

Front office

"Ons standpunt stemt niet helemaal overeen met dat van de FOD: de analyse gebeurde op basis van een constante activiteit, terwijl men van ons verwacht dat we meer in de 'front office' actief zijn, rechtstreeks op de verpleegafdelingen dus", repliceert Sylvie Demaret, diensthoofd klinische farmacie in het Saint-Luc ziekenhuis in Bouge en voorzitster van de AFPHB. "Dat is onmogelijk zonder meer mensen."

De financiering voorziet 0,25 FTE per 200 bedden, een ziekenhuis van 370 bedden heeft dus 0,5 FTE voor de klinische farmacie, rekent ze voor. "Om daadwerkelijk in de 'front office' te werken, moet een klinisch apotheker minstens 19 uur per werkweek op de afdeling zijn. Met 0,5 FTE kan dat amper voor een halve afdeling! En hopen dat we een deel van onze activiteit kunnen doorschuiven naar de assistenten is een illusie, er zijn niet veel taken die we kunnen delegeren. De automatisering kan voor een stuk een oplossing bieden, maar dat heeft geen betrekking op de taken van de apotheker. Ik blijf ervan overtuigd dat we meer apothekers in de ziekenhuizen nodig hebben om de klinische farmacie uit te voeren."

Extra werk

Er is effectief sprake van een tekort, vindt Sylvie Demaret. "Er zijn in ons land 78 contracten van onbepaalde duur niet ingevuld. Dat is veel, en vervangers vinden is moeilijk. Vaak worden dan officina-apothekers aangeworven in de ziekenhuizen, voor kortdurende contracten. Dat is een probleem, bijvoorbeeld voor de bereiding van cytostatica, implanten, radiofarmacie, steriele producten, klinische studies, oncologie per os (een activiteit die opgang maakt in de ambulante behandeling). Ze kunnen ook niet deelnemen aan de wachtdienst, wat dan weer extra werk betekent voor de rest van het team."

In theorie beginnen elk jaar 30 Nederlandstalige en 20 Franstalige studenten aan de specialisatie, maar die halen niet allemaal het einde van de opleiding en van de gediplomeerden gaan sommigen niet in een ziekenhuis aan de slag. Een tendens die nog groeit door de recente invoering van de IFIC-barema's.

De voorzitster stelt zich vragen over de toepassing van die barema's voor de ziekenhuisapothekers. "De beroepsverenigingen werden niet gehoord, niet over de baremaschalen, en evenmin over de beschrijving van de functies. Je hebt de indruk dat het gaat om een apotheker van de jaren '90, zonder noties van klinische farmacie, de studieduur is niet opgenomen,..."

Enorm loonverlies

Om de leegloop van het beroep te vermijden, voeren de beroepsverenigingen actie op politiek en juridisch vlak, en in de media. "We hebben een advocaat in de arm genomen om de toepassing van het IFIC aan te klagen. Je kan niet verwachten dat mensen acht jaar universiteit doen om dan evenveel te gaan verdienen dan een hoofdverpleegkundige. Het is ook niet normaal dat een apotheker buiten het ziekenhuis hetzelfde loon krijgt dan een ziekenhuisapotheker. En waarom worden alleen de ziekenhuisapothekers in de baremaschalen opgenomen, en niet de tandartsen, de artsen of directieleden? Men zegt ons dat het de bedoeling is om de verloningen te harmoniseren, maar dit is eerder discriminerend!"

De gelijkschakeling van de lonen zet kwaad bloed. "Op een hele loopbaan is het loonverlies enorm (tussen 150.000 en 450.000€), en dat is niet aanvaardbaar", stelt Sylvie Demaret. "Zij die al in dienst waren, kunnen hun bestaande contract behouden, maar zo gauw je van ziekenhuis verandert, kan je onder de barema's vallen. IFIC is nog niet van toepassing op de openbare sector, die het algemene baremareglement volgt, aangevuld met een aantal voordelen. Het IFIC beweert wel dat het om minimumbarema's gaat, maar in de huidige contect van besparingen zal geen enkele ziekenhuisbeheerder meer betalen dan wat voorzien is. Dat is een totale utopie. Wij hebben de enige opleiding die drie jaar langer duurt, maar dat wordt niet naar waarde geschat, integendeel."