Zes Brusselse ziekenhuizen moeten voor 2012 gemiddeld meer dan 230.000 euro terugbetalen. Een Waals ziekenhuis moet nog 160.000 euro aan het Riziv teruggeven. In totaal moet het Riziv 1,5 miljoen van de ziekenhuizen terugkrijgen.
Afwijking van het gemiddelde
Om de bedragen te berekenen die de ziekenhuizen moeten terugbetalen, worden ze vergeleken met het nationale gemiddelde. Dat gebeurt voor bepaalde uitgaven, en voor geselecteerde groepen van patiënten (zie box hieronder: Wat zijn referentiebedragen?).
De overschrijdingen van de referentiebedragen kan het Riziv pas achteraf vaststellen. In 2014 werden de overschrijdingen voor 2011 berekend. In 2015 die voor 2012. Door omstandigheden werd de berekening voor 2015 pas maandag (30/5) aan het Verzekeringscomité voorgesteld.

Vooral Brussel

Dezelfde Brusselse ziekenhuizen die in 2014 op het beklaagdenbankje zaten omdat ze te veel geld hadden uitgegeven, zitten daar vandaag weer. Maar van de vier Waalse ziekenhuizen die in 2014 'beboet' werden, blijft er in de nieuwe berekening nog één over.
In 2014 moesten alle ziekenhuizen samen nog 2,3 miljoen terugbetalen - 0,8 miljoen meer dan nu. Ook het bedrag dat gemiddeld per ziekenhuis teruggevorderd wordt, neemt wat af. In 2014 moesten de Brusselse ziekenhuizen gemiddeld nog 250.000 euro terugbetalen.
Bij de ziekenhuizen die de referentiebedragen overschreden zit er geen enkel "academisch" ziekenhuis. Het gaat om drie privéziekenhuizen en vier openbare instellingen.
In 2013 moest ook nog één Vlaams ziekenhuis geld terugbetalen. Sinds 2014 is geen enkel Vlaams ziekenhuis voor de referentiebedragen in het rood gegaan.

Wat zijn referentiebedragen?

Niet alle ziekenhuisuitgaven tellen mee als referentiebedragen. Alleen de uitgaven voor klinische biologie, medische beeldvorming en technische prestaties voor bepaalde groepen van patiënten. Het gaat om 34 verschillende diagnosegroepen (APR-DRG), waarvan 22 chirurgische. Het gaat niet om de allerernstigste gevallen in graad 3, alleen graad 1 en graad 2 tellen mee. In totaal kom je zo op 204 'referentiebedragen'.

Wanneer men voor een ziekenhuis alle referentiebedragen optelt en de som zit 10% boven het nationale gemiddelde, dan is het ziekenhuis 'geselecteerd'. Het moet dan geld terugbetalen. Voor de selectie wordt tevens rekening gehouden met de referentiebedragen waarvoor het ziekenhuis onder het gemiddelde zit. Minderuitgaven voor één of meer van de 204 referentiebedragen compenseren de meeruitgaven voor andere referentiebedragen.

Voor de berekening van de som die het ziekenhuis terugbetaalt, wordt niet gekeken naar het gemiddelde maar naar de mediaan (het middelste bedrag). Alleen met bedragen dat het ziekenhuis meer uitgeeft, houdt men rekening. Wanneer het ziekenhuis voor andere patiëntengroepen of prestaties minder uitgeeft, telt dat in dit rekensommetje niet meer mee.

De referentiebedragen werd voor het eerst in 2009 berekend. De bedoeling is onverantwoorde verschillen tussen ziekenhuizen weg te werken.

Zes Brusselse ziekenhuizen moeten voor 2012 gemiddeld meer dan 230.000 euro terugbetalen. Een Waals ziekenhuis moet nog 160.000 euro aan het Riziv teruggeven. In totaal moet het Riziv 1,5 miljoen van de ziekenhuizen terugkrijgen. Afwijking van het gemiddelde Om de bedragen te berekenen die de ziekenhuizen moeten terugbetalen, worden ze vergeleken met het nationale gemiddelde. Dat gebeurt voor bepaalde uitgaven, en voor geselecteerde groepen van patiënten (zie box hieronder: Wat zijn referentiebedragen?). De overschrijdingen van de referentiebedragen kan het Riziv pas achteraf vaststellen. In 2014 werden de overschrijdingen voor 2011 berekend. In 2015 die voor 2012. Door omstandigheden werd de berekening voor 2015 pas maandag (30/5) aan het Verzekeringscomité voorgesteld. Vooral Brussel Dezelfde Brusselse ziekenhuizen die in 2014 op het beklaagdenbankje zaten omdat ze te veel geld hadden uitgegeven, zitten daar vandaag weer. Maar van de vier Waalse ziekenhuizen die in 2014 'beboet' werden, blijft er in de nieuwe berekening nog één over. In 2014 moesten alle ziekenhuizen samen nog 2,3 miljoen terugbetalen - 0,8 miljoen meer dan nu. Ook het bedrag dat gemiddeld per ziekenhuis teruggevorderd wordt, neemt wat af. In 2014 moesten de Brusselse ziekenhuizen gemiddeld nog 250.000 euro terugbetalen. Bij de ziekenhuizen die de referentiebedragen overschreden zit er geen enkel "academisch" ziekenhuis. Het gaat om drie privéziekenhuizen en vier openbare instellingen. In 2013 moest ook nog één Vlaams ziekenhuis geld terugbetalen. Sinds 2014 is geen enkel Vlaams ziekenhuis voor de referentiebedragen in het rood gegaan. Wat zijn referentiebedragen? Niet alle ziekenhuisuitgaven tellen mee als referentiebedragen. Alleen de uitgaven voor klinische biologie, medische beeldvorming en technische prestaties voor bepaalde groepen van patiënten. Het gaat om 34 verschillende diagnosegroepen (APR-DRG), waarvan 22 chirurgische. Het gaat niet om de allerernstigste gevallen in graad 3, alleen graad 1 en graad 2 tellen mee. In totaal kom je zo op 204 'referentiebedragen'.Wanneer men voor een ziekenhuis alle referentiebedragen optelt en de som zit 10% boven het nationale gemiddelde, dan is het ziekenhuis 'geselecteerd'. Het moet dan geld terugbetalen. Voor de selectie wordt tevens rekening gehouden met de referentiebedragen waarvoor het ziekenhuis onder het gemiddelde zit. Minderuitgaven voor één of meer van de 204 referentiebedragen compenseren de meeruitgaven voor andere referentiebedragen.Voor de berekening van de som die het ziekenhuis terugbetaalt, wordt niet gekeken naar het gemiddelde maar naar de mediaan (het middelste bedrag). Alleen met bedragen dat het ziekenhuis meer uitgeeft, houdt men rekening. Wanneer het ziekenhuis voor andere patiëntengroepen of prestaties minder uitgeeft, telt dat in dit rekensommetje niet meer mee. De referentiebedragen werd voor het eerst in 2009 berekend. De bedoeling is onverantwoorde verschillen tussen ziekenhuizen weg te werken.