Het zou daarbij gaan om patiënten met eierstokkanker en longkanker die tussen 2001 en 2011 in een van de ziekenhuizen verbleven. Volgens de artsen bracht een nadere analyse van de sterfgevallen belangrijke behandelverschillen tussen de ziekenhuizen aan het licht.

De artsen geven geen exacte sterftecijfers. Maar zeker is dat het om enkele tientallen patiënten gaat. De ziekenhuizen zijn op de hoogte van deze analyse en verschillende ziekenhuizen hebben nu al gemeld dat ze verbetermaatregelen hebben ingevoerd. Die ziekenhuizen worden niet met naam genoemd omdat er tijdens het onderzoek de verzekering werd gegeven van 'no blame or shame' waardoor ziekenhuizen zeer transparant hun gegevens hebben gedeeld.

Behandelaars in de regio Leiden/Den Haag wilden achterhalen door welke oorzaken sommige patiënten met longkanker na chirurgie stierven. In Rotterdam en omstreken wilden medisch specialisten weten waardoor vrouwen met een laagstadium eierstoktumor, ondanks een veelal gunstige prognose, toch binnen vijf jaar overleden. Mits een goede behandeling geldt een vijfjaarsoverleving van 65 tot 100 procent.

De dood van acht ('geselecteerde') longkankerpatiënten werd tegen het licht gehouden. De belangrijkste oorzaak van overlijden was de foutieve selectie van patiënten. Bijna de helft (46 procent) had, achteraf bezien, niet voor een operatie in aanmerking moeten komen. De voorbereiding van de operaties gebeurde bovendien niet altijd volgens de geldende richtlijnen. Een op de vier patiënten kreeg ook onvoldoende nazorg nà de reguliere werktijden. Bij driekwart van de patiënten met eierstokkanker was niet volledig bekend in welk stadium hun ziekte zich bevond, of zij hadden geen chemotherapie gekregen na onvolledige 'stadiëring'.

Het zou daarbij gaan om patiënten met eierstokkanker en longkanker die tussen 2001 en 2011 in een van de ziekenhuizen verbleven. Volgens de artsen bracht een nadere analyse van de sterfgevallen belangrijke behandelverschillen tussen de ziekenhuizen aan het licht. De artsen geven geen exacte sterftecijfers. Maar zeker is dat het om enkele tientallen patiënten gaat. De ziekenhuizen zijn op de hoogte van deze analyse en verschillende ziekenhuizen hebben nu al gemeld dat ze verbetermaatregelen hebben ingevoerd. Die ziekenhuizen worden niet met naam genoemd omdat er tijdens het onderzoek de verzekering werd gegeven van 'no blame or shame' waardoor ziekenhuizen zeer transparant hun gegevens hebben gedeeld. Behandelaars in de regio Leiden/Den Haag wilden achterhalen door welke oorzaken sommige patiënten met longkanker na chirurgie stierven. In Rotterdam en omstreken wilden medisch specialisten weten waardoor vrouwen met een laagstadium eierstoktumor, ondanks een veelal gunstige prognose, toch binnen vijf jaar overleden. Mits een goede behandeling geldt een vijfjaarsoverleving van 65 tot 100 procent. De dood van acht ('geselecteerde') longkankerpatiënten werd tegen het licht gehouden. De belangrijkste oorzaak van overlijden was de foutieve selectie van patiënten. Bijna de helft (46 procent) had, achteraf bezien, niet voor een operatie in aanmerking moeten komen. De voorbereiding van de operaties gebeurde bovendien niet altijd volgens de geldende richtlijnen. Een op de vier patiënten kreeg ook onvoldoende nazorg nà de reguliere werktijden. Bij driekwart van de patiënten met eierstokkanker was niet volledig bekend in welk stadium hun ziekte zich bevond, of zij hadden geen chemotherapie gekregen na onvolledige 'stadiëring'.