Het duurt gemiddeld 50 dagen voordat iemand die is doorverwezen naar een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg een intakegesprek krijgt. En het duurt dan nog eens gemiddeld 50 dagen voordat een behandeling wordt opgestart.

Dat staat te lezen in de cijfers die Zorg en Gezondheid bijhoudt over deze centra. Huisartsen en andere professionals ondervinden dat ook bij een doorverwijzing naar het ziekenhuis of naar een privépraktijken de patiënt niet zelden lange tijd moet wachten.

En soms loopt het echt te spuigaten uit. Een diagnostisch onderzoek naar ontwikkelingsstoornissen bij kinderen, zoals ADHD, kan vijftien maanden op zich laten wachten. Stel eens dat het om kanker ging, merkt de VVP daarbij op.

Te weinig opvang voor toenemend probleem

De wachttijden zijn een gevolg van het toenemend aantal mensen met psychische problemen - bijvoorbeeld in de oudere leeftijdsklassen, of bij mensen die van een laag en onzeker inkomen moeten leven.

De eerste en de nulde lijn krijgen onvoldoende mogelijkheden om de toenemende zorgvraag op te vangen. De terugbetaling van psychologische hulp in de eerste lijn blijft ook erg beperkt.

Door de vermaatschappelijking van de zorg vallen ziekenhuisbedden weg en wordt nog meer een beroep gedaan op de te weinig uitgebouwde ambulante zorg.

Maar ook in de gespecialiseerde hulp zijn er plaatsen tekort, bijvoorbeeld in de crisisopvang en in de verslavingszorg. En in het bijzonder voor mensen die met een combinatie van psychische problemen kampen.

Escalatie vermijden

De lange wachttijden kunnen de problemen alleen maar verergeren. Huisartsen zien zich gedwongen mensen met psychische problemen zoveel mogelijk zelf te helpen. Ze doen dan misschien te gauw een beroep op psychofarmaca - want die zijn een stuk sneller toegankelijk dan andere vormen van zorg die meer aangewezen zouden zijn.

Wanneer ze er geen weg mee weten sturen zorgverleners in de eerste lijn de patiënt maar door naar de spoeddienst, in de hoop dat hij dan snel opgevangen wordt in de psychiatrische afdeling. Hoewel hij daar dan mogelijk de plaats inneemt van iemand die nog acuter aan deze opvang nood heeft.

Regeringsmaatregelen

De Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie pleit dan ook voor volgende maatregelen.

  • De overheid moet de nulde- en eerstelijnszorg veel sterker uitbouwen - en laagdrempelig en betaalbaar te maken.
  • Door te investeren in preventie en in ondersteuning van nuldelijnszorg - bijvoorbeeld door gespecialiseerde GGZ-coaches in te zetten - vermijd je onnodige doorverwijzingen.
    Er gebeuren nu bijna evenveel doorverwijzingen naar de GGZ vanuit het onderwijs als vanuit de gezondheidszorg en vele kunnen zo wellicht worden vermeden. Ook gezondheidsvaardigheden in het lessenpakket inbouwen werkt preventief.
  • De capaciteit voor specifieke hulpverlening in de tweede en derdelijnszorg moet worden uitgebreid waar er grote tekorten bestaan, zoals in de verslavingszorg en de crisiszorg voor jongeren.
  • Geschakelde zorg bewerkstelligt dat de patiënt op het juiste moment bij de juiste zorgverlener terechtkomt en reduceert wachttijden. Geestelijke gezondheidszorg start ambulant, en als een opname nodig verwijs je zodra het kan weer door naar dagtherapie of ambulante zorg.Verder moet netwerkvorming tussen GGZ-instellingen aangemoedigd worden, zodat de patiënt zich geen zorgen moet maken over het vervolg en de continuïteit van zijn traject.
  • Erg belangrijk zijn ook goed functionerende netwerken tussen GGZ en welzijn.
  • Overbrug wachttijden met een tijdelijke opvolging: een geregeld contact met de zorgvrager onderhouden voorkomt dat het probleem escaleert.
  • Investeer in opleiding en coaching van ervaringsdeskundigen, die patiënten bijstaan in het verloop van hun behandelingstraject. Zij zijn een belangrijke katalysator van herstel en stabilisatie.
  • We moeten investeren in onderzoek naar en implementatie van effectieve e-hulpverlening.
  • Het tekort aan kinder- en jeugdpsychiaters moet weggewerkt worden.
  • Medische doorbraken realiseren en efficiëntere behandelingen ontwikkelen kan alleen door te investeren in opleiding en in wetenschappelijk onderzoek. Extra middelen voor de academische component van de GGZ zijn een must.