Het AZ Sint-Jan (Brugge-Oostende), AZ Sint-Lucas (Brugge), AZ Damiaan (Oostende), AZ Sint-Rembert (Torhout), AZ Alma (Eeklo) en AZ Sint-Augustinus (Veurne) zijn een samenwerkingsproject opgestart waardoor beter gestructureerde zorg na de bevalling te optimaliseren. Ook AZ Zeno (Knokke-Blankenberge) werd voor dit project gevraagd, maar het paste.
Initiatiefneemster van het project is gynaecoloog Anne Loccufier van het AZ Sint-Jan. "In 2015 bedroeg het gemiddeld aantal ligdagen na een bevalling 4,6 dagen met extramurale zorg die per ziekenhuis werd georganiseerd. Wij streven nu naar 3 dagen en extramurale zorg die identiek is voor alle deelnemende ziekenhuizen."

Het verkorte traject geldt enkel voor normale vaginale bevallingen. Er is geen verkort traject voorzien voor bepaalde pathologieën. Voor een aantal risicomoeders - tieners, drugsverslaafden, depressieve patiënten, thuislozen en mensen met taalproblemen - wordt een specifiek traject uitgewerkt.

Het organiseren van de extramurale zorg die over alle ziekenhuizen heen loopt, vraagt een inzet van alle betrokkenen. Er wordt zeer sterk ingespeeld op de regionale eerstelijns zorgverleners zoals de zelfstandige vroedvrouwen, kraamzorginstanties, Kind en Gezin, huisartsen en Expertisecentra Kraamzorg. Vroedvrouwen die in het project worden ingeschakeld, hebben een Good Practice -BKZ-label.

De begeleiding begint trouwens al voor de bevalling en het post-bevallingstraject wordt al besproken nog voor het kindje geboren is. Het ziekenhuis waar de patiënte bevalt is de prenatale zorgcoördinator. De mogelijkheden tot postnatale zorg wordt in het ziekenhuis met de aanstaande ouders besproken. De ouders moeten zelf wel de contacten leggen met de extramurale zorgverleners. De educatie van de postnatale periode gebeurt wordt verschoven naar de prenatale fase omdat de ligduurtijd te kort is om alle informatie mee te geven. Alles wordt in een zorgplan gegoten waar ouders en ziekenhuis mee akkoord gaan. De resultaten van de zorg worden gestandaardiseerd gemonitord en opgevolgd.
Bij het verlaten van het ziekenhuis krijgt een moeder in elk van de zeven materniteiten hetzelfde ontslagboekje mee. Er is ook een brochure gemaakt waarin alle telefoonnummers van extramurale hulpverleners staan.

Alles gebeurt nu echter nog manueel. Het is de bedoeling dat de registratie en het dossier in de toekomst elektronisch wordt behandeld, maar dat is nu nog niet aan de orde. "We moeten nog kijken hoe we transmuraal digitaal en beveiligd kunnen communiceren. Nu werken wij met CoZo, het Collaboratief Zorgplatform, een digitaal samenwerkingsplatform dat patiënten, zorgverleners en zorginstellingen toelaat om snel en veilig medische gegevens uit te wisselen en te delen", zegt dokter Loccufier. "Het is de bedoeling dat we ons later inpassen in het eHealthsysteem."

Het AZ Sint-Jan (Brugge-Oostende), AZ Sint-Lucas (Brugge), AZ Damiaan (Oostende), AZ Sint-Rembert (Torhout), AZ Alma (Eeklo) en AZ Sint-Augustinus (Veurne) zijn een samenwerkingsproject opgestart waardoor beter gestructureerde zorg na de bevalling te optimaliseren. Ook AZ Zeno (Knokke-Blankenberge) werd voor dit project gevraagd, maar het paste. Initiatiefneemster van het project is gynaecoloog Anne Loccufier van het AZ Sint-Jan. "In 2015 bedroeg het gemiddeld aantal ligdagen na een bevalling 4,6 dagen met extramurale zorg die per ziekenhuis werd georganiseerd. Wij streven nu naar 3 dagen en extramurale zorg die identiek is voor alle deelnemende ziekenhuizen." Het verkorte traject geldt enkel voor normale vaginale bevallingen. Er is geen verkort traject voorzien voor bepaalde pathologieën. Voor een aantal risicomoeders - tieners, drugsverslaafden, depressieve patiënten, thuislozen en mensen met taalproblemen - wordt een specifiek traject uitgewerkt. Het organiseren van de extramurale zorg die over alle ziekenhuizen heen loopt, vraagt een inzet van alle betrokkenen. Er wordt zeer sterk ingespeeld op de regionale eerstelijns zorgverleners zoals de zelfstandige vroedvrouwen, kraamzorginstanties, Kind en Gezin, huisartsen en Expertisecentra Kraamzorg. Vroedvrouwen die in het project worden ingeschakeld, hebben een Good Practice -BKZ-label. De begeleiding begint trouwens al voor de bevalling en het post-bevallingstraject wordt al besproken nog voor het kindje geboren is. Het ziekenhuis waar de patiënte bevalt is de prenatale zorgcoördinator. De mogelijkheden tot postnatale zorg wordt in het ziekenhuis met de aanstaande ouders besproken. De ouders moeten zelf wel de contacten leggen met de extramurale zorgverleners. De educatie van de postnatale periode gebeurt wordt verschoven naar de prenatale fase omdat de ligduurtijd te kort is om alle informatie mee te geven. Alles wordt in een zorgplan gegoten waar ouders en ziekenhuis mee akkoord gaan. De resultaten van de zorg worden gestandaardiseerd gemonitord en opgevolgd. Bij het verlaten van het ziekenhuis krijgt een moeder in elk van de zeven materniteiten hetzelfde ontslagboekje mee. Er is ook een brochure gemaakt waarin alle telefoonnummers van extramurale hulpverleners staan. Alles gebeurt nu echter nog manueel. Het is de bedoeling dat de registratie en het dossier in de toekomst elektronisch wordt behandeld, maar dat is nu nog niet aan de orde. "We moeten nog kijken hoe we transmuraal digitaal en beveiligd kunnen communiceren. Nu werken wij met CoZo, het Collaboratief Zorgplatform, een digitaal samenwerkingsplatform dat patiënten, zorgverleners en zorginstellingen toelaat om snel en veilig medische gegevens uit te wisselen en te delen", zegt dokter Loccufier. "Het is de bedoeling dat we ons later inpassen in het eHealthsysteem."