In dat doctoraatstelt Van Keer vast dat artsen en verpleegkundigen in ziekenhuizen een steeds gevarieerdere patiëntenpopulatie verzorgen. Het ziekenhuisbeleid is doorgaans echter onvoldoende afgestemd op die culturele verschillen.

18 patiënten

Om meer klaarheid te brengen ondervroeg Van Keer 44 interculturele bemiddelaars werkzaam in Brusselse en Vlaamse ziekenhuizen. Tevens volgde ze in een multicultureel ziekenhuis tien maanden lang 18 ernstig zieke patiënten uit etnisch-culturele minderheidsgroepen. Ook hun omgeving en de zorgverstrekkers nam Van Keer onder de loupe.

Uit dit alles bleek dat er heel wat problemen zijn die verband houden met de etnisch-culturele achtergrond, de manier waarop mensen en zorgverstrekkers naar zorg kijken, het afdelingsbeleid, procedures enz.

Aanbevelingen

Om die moeilijkheden, communicatie-misverstanden en cultuurverschillen adequaat op te vangen is een betere omkadering in de ziekenhuizen aangewezen. Ook zorgopleidingen moeten aangepast worden en de overheid dient de nodige inspanningen te leveren.

In haar doctoraat formuleert Van Keer een reeks aanbevelingen. Zo moeten ziekenhuizen en zorgverleners bij het opstellen van ziekenhuisprocedures of afdelingsbeleid meer rekening houden met culturele diversiteit. Van belang is dat leidinggevenden hierin initiatieven nemen.

Aparte kwaliteitsnorm

Het voorgaande lijkt nogal evident. Minder voor de hand liggend is dat ook geneeskunde- en verpleegopleidingen meer aandacht zouden moeten besteden aan interculturaliteit en communicatie. Culturele competentie kan structureel geïncorporeerd worden in de opleidingscriteria. En de Vlaamse overheid kan 'cultuursensitieve zorg' bijvoorbeeld als een aparte kwaliteitsnorm in de ziekenhuizen beschouwen. Voorts moeten er meer middelen gaan naar cultuursensitieve zorg en het onderwijs en onderzoek daarover. Tot slot wil Van Keer dat het federale niveau het intercultureel bemiddelingsprogramma herziet.