...

Dat blijkt uit de jaarlijkse Maha-analyse die Belfius verleden week voorstelde. Vorige analyses toonden al aan dat de Belgische ziekenhuizen financieel niet in staat zijn om de schok van de gezondheidscrisis op te vangen. Tijdens de eerste golf - vanaf maart 2020 - geraakten ze dan ook in financiële ademnood. Om dat te verhelpen, keerde de federale overheid snel bijna twee miljard voorschotten uit en een extra structurele financiering van 1,2 miljard in 2020, 2021 en 2022. Dat laatste budget beoogde een versterking van het zorgpersoneel. Gomt men de voorschotten weg dan realiseerden de algemene ziekenhuizen in 2020 3,5% minder omzet dan een jaar voordien. De spreidstand is groot. Sommige ziekenhuizen boekten een omzetverlies van 10% terwijl een klein aantal juist meer omzet genereerde. De Maha-analyse verklaart dat door de regionale verschillen in intensiteit van de covid-19-opnames en door een andere organisatorische aanpak. Vorig jaar werkten er 76.694 voltijdsequivalenten (VTE's) in de algemene ziekenhuizen. Daarvan waren 45.091 VTE's verzorgend personeel. Ondanks de oprichting van een Zorgpersoneelsfonds van circa 600 miljoen in 2020 kwamen er toch maar 588 VTE's bij. Deze beperkte toename houdt verband met de krapte op de arbeidsmarkt en de personeelsuitstroom door burn-out en ziekte. "De covid-19-crisis is dus zowel een personeels- als een beddencrisis", aldus Belfius. Om de rekeningen te kunnen blijven betalen, sprong de federale overheid bij met 1,428 miljard. Uit de Belfius-enquête bij de algemene en universitaire ziekenhuizen blijkt dat daarvan 837,4 miljoen verwerkt is in het resultaat van 2020. Het saldo wordt normaal gezien teruggestort. Door de duur van de crisis dient het geld om het boekjaar 2021 en wellicht ook 2022 verder te ondersteunen. Maakt men abstractie van de voorschotten dan zien de resultaten er heel anders uit. In normale tijden vormen de artsenhonoraria een belangrijke inkomstenbron. In 2020 daalden ze door de lagere activiteit wegens covid-19. Een tweede financiële sterkhouder, de opbrengsten uit de apotheek, stagneerde. Het gevolg is een bedrijfsresultaat dat 693 miljoen in het rood gaat - 737 miljoen als de financiële kosten en opbrengsten worden meegeteld. Dankzij de verrekende federale voorschotten (837,4 miljoen) en additionele regionale steun halen de ziekenhuizen toch nog een beperkt positief resultaat van 111 miljoen - zijnde 0,72% op een omzet van 15 miljard. Dat is 29 miljoen meer dan in 2019 - toen 0,54% van de omzet. Al bij al een broos resultaat. Er zijn wel belangrijke regionale verschillen. De Waalse ziekenhuizen tekenen een bedrijfsresultaat van 45 miljoen euro op, de Brusselse hebben een bijkomend verlies van 20 miljoen en de Vlaamse ziekenhuizen verbeteren hun resultaat naar 127,7 miljoen euro. De bedrijfskasstroom bedroeg vorig jaar 1,069 miljard. Zonder voorschotten zou de beschikbare marge - die nu 449 miljoen bedraagt - echter niet volstaan hebben voor de ziekenhuizen om aan hun financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen steeg met 1,6% tot 6,697 miljard maar de schulden namen sterker toe. Schulden ten opzichte van de overheid bijvoorbeeld. De ziekenhuizen gaan er immers vanuit dat ze het teveel aan voorschotten in 2023 moeten terugbetalen. Omdat er vorig jaar minder geïnvesteerd werd, daalde de financiële schuld met 5,1% tot 5,069 miljard. Al drie jaar op rij dalen de bruto-investeringen. In 2020 bedroeg de afname 655 miljoen - min 16% ten opzichte van 2019. Dankzij het Waalse bouwplan dat twee jaar geleden werd opgestart, investeren enkel de Waalse ziekenhuizen meer. Vlaamse ziekenhuizen hadden eerder al een investeringsperiode achter de rug. "In het algemeen", zo stelt de Maha-analyse, "is er onvoldoende investeringsruimte om de sector voor te bereiden op de toekomst." Gemiddeld genomen is de financiële toestand van de ziekenhuizen wankel. Net nu ze geconfronteerd worden met grote uitdagingen. Belfius verwijst dan bijvoorbeeld naar de locoregionale ziekenhuisnetwerken maar ook naar de enorme investeringen die zich opdringen in digitalisering, in een betere informatiedoorstroming, in cybersecurity... Voorts worden de normen inzake energiezuinigheid altijd maar strenger en kost ook duurzame infrastructuur geld. Last but not least is er de pandemie. De conclusie is derhalve helder: een grondige hertekening van de financiering is dringend nodig. Het regeerakkoord voorziet dat ook, aldus nog Belfius.