De titel van het rapport van het European Biosafety Network (EBN) luidt Observatory on current biosafety practice in European Oncology. Deze Europese organisatie, opgericht door verpleegkundigen en vakbondsafgevaardigden in de zorgsector, ijvert voor de gezondheid en de veiligheid van zorgverstrekkers en patiënten. De EBN wordt financieel gesteund door Becton Dickinson, een Amerikaans bedrijf dat medisch materiaal maakt en verkoopt en actief lobbyt in Europa.

Verontrustende resultaten

Het rapport, gebaseerd op een studie bij ziekenhuisapothekers en diensten ambulante oncologie, buigt zich over de situatie in 14 Europese landen waaronder België. De studie gaat meer specifiek in op de blootstelling aan cytotoxica, geneesmiddelen die onvermijdelijk zijn bij de behandeling van kanker. De producten zijn mogelijk gevaarlijk voor zorgverstrekkers en vaak zijn er geen adequate beschermingsmaatregelen.

"Studies tonen aan dat verpleegkundigen, blootgesteld aan cytotoxica, een dubbel zo hoog risico hebben op een miskraam en een drie keer zo hoog risico heeft op maligne aandoeningen", stelt het EBN.

Als je het rapport kan geloven, is het risico reëel. In Europa zegt 18% van de respondenten over geen enkele schoonmaakprocedure te beschikken op diensten voor ambulante oncologie. Bij niet minder dan 45% is er geen routinematige meting van besmetting en 42% van het personeel krijgt geen regelmatig medisch onderzoek. "De basismaatregelen zijn nochtans essentieel voor de bescherming van zorgverstrekkers en patiënten die blootgesteld worden aan gevaarlijke moleculen die mogelijk kanker kunnen veroorzaken (vooral leukemie), maligne letsels, misvormingen bij de geboorte en miskramen", zegt het EBN.

Het rapport stelt ook dat 23% van de diensten consultatie oncologie geen specifieke opleiding geeft aan personeel dat cytotoxica moet manipuleren. Slechts in 58% van de diensten worden regelmatig medische onderzoeken - bloedonderzoek incluis - gehouden. Zowat 14% van de gevaarlijke moleculen en 59% van de baxters met cytotoxica worden niet bereid in een apotheek. "Dat betekent dat heel wat verpleegkundigen blootgesteld worden aan een risico op contact met de toxische producten."

Contrasten

Het probleem met een onderzoeksgebied zo groot en zo divers als Europa, is dat de realiteit op het terrein sterk kan verschillen van land tot land, van regio tot regio. Resultaten uit zowel Zweden, Italië als Estland moeten geïnterpreteerd worden met de nodige voorzichtigheid.

Het meten van besmettingen bijvoorbeeld varieert sterk van land tot land. België bevindt zich in het hoger gemiddelde in vergelijking met andere Europese landen, maar doet het minder goed dan de buurlanden (zie grafiek).

Dat geldt ook voor de resultaten. Alle bevraagde diensten oncologie in België beschikken wel over een lijst met gevaarlijke geneesmiddelen, maar er is een tekort aan hygiëneprotocollen, net zoals in Frankrijk. Uiteenlopende resultaten dus.

Aanbevelingen

Met dit rapport wil het EBN de bescherming van zorgverstrekkers, vooral van verpleegkundigen, verbeteren. Het netwerk geeft ook aanbevelingen voor decision makers, zowel in de politieke wereld als in de ziekenhuisdirecties.

Enkele aanbevelingen voor de ambulante oncologie:

  • Het registreren van incidenten met gevaarlijke geneesmiddelen promoten om te vermijden dat ze onopgemerkt blijven.
  • Meer medische surveillance voor het controleren van blootstelling aan gevaarlijke geneesmiddelen. Regelmatige medische onderzoeken bijvoorbeeld die in niet meer dan 67% van de diensten uitgevoerd worden.
  • Het gebruik verhogen van alle soorten persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) daar waar nodig. Deze zijn essentieel voor de veiligheid van de werknemer, amper 33% van de bevraagde diensten maakt bijvoorbeeld gebruik van dubbele handschoenen.

Het rapport is beschikbaar op de site van het European Biosafety Network: https://www.europeanbiosafetynetwork.eu/ebn-observatory-on-current-biosafetypractice-in-european-oncology-revealsshortfalls-in-hospital-safety-standardsacross-the-eu/

Methodologie

Het verslag is gebaseerd op een online vragenlijst over de belangrijkste aspecten van sensibilisering, opleiding en protocollen voor het gebruik van gevaarlijke geneesmiddelen. De antwoorden werden ingezameld tussen september en december jongstleden. Het rapport verzamelde gegevens van 47 apotheekverantwoordelijken en 142 diensthoofden ambulante oncologie uit 14 landen van de Europese Unie. In België hadden 12 interviews plaats met zes verantwoordelijken van ziekenhuisapotheken en zes diensthoofden ambulante oncologische zorg.

"Omdat het onderzoek uitgevoerd werd bij een groep die vooral bestond uit mensen die zich zelf aanboden, kan de situatie in werkelijkheid nog erger zijn dan de resultaten van de enquête laten uitschijnen", stellen de auteurs van het rapport.