Het wetsontwerp werd aangenomen met de steun van de N-VA. Minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken, Maggie De Block, reageert uiteraard verheugd.

Versnippering bestrijden

"In plaats van elkaar te beconcurreren zullen onze ziekenhuizen de handen nu structureel in elkaar slaan", aldus de Open VLD-minister.

"Zorg is vandaag zo complex dat een individueel ziekenhuis niet langer op eigen houtje kan functioneren. Om patiënten zorg van de beste kwaliteit te kunnen garanderen, is samenwerken absoluut noodzakelijk. Dat leggen we nu vast bij wet", zo voegt ze er nog aan toe.

De nieuwe wet moet versnippering tegengaan en zo ziekenhuizen ook helpen uit de rode cijfers te raken. Minister De Block: "Zorg in de nabijheid staat niet altijd gelijk aan goede zorg. Goede zorg betekent zorg op de juiste plaats, op het juiste moment en door de juiste zorgverleners."

Raad van State

Het wetsontwerp was eerst in december op de agenda van de plenaire vergadering gezet. Maar de tekst werd voor bijkomend advies naar de Raad van State gestuurd. De Raad van State verwierp de hoogdringendheid van het verzoek en bracht pas half januari het advies uit.

Het advies gaat over twee amendementen. Eén amendement werd in de Commissie Volksgezondheid aangenomen en schrijft de tekst van het Protocolakkoord van de Interministeriële Conferentie van 5 november 2018 bijna letterlijk in de wet.

Die tekst legt de verdeling van de 25 locoregionale netwerken over de Gemeenschappen en Gewesten.

Brussel

Het tweede amendement is van de hand van CDH-fractieleider Catherine Fonck. Het betreft de vier locoregionale netwerken die het Brusselse Gewest mag tellen. Dat zijn drie Franstalige netwerken en één Nederlandstalig.

Het Nederlandstalige netwerk wordt alleen door de Vlaamse overheid goedgekeurd. De Franstalige netwerken omvatten ook de bicommunautaire ziekenhuizen. Naargelang van de overheden die bevoegd zijn voor de erkenning van de ziekenhuizen, moeten de netwerken erkend worden door Franse Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie, het Waalse Gewest en/of de Gemeenschappelijk Gemeenschapscommissie.

Dokter Fonck vreesde dat een bicommunautair ziekenhuis uit Brussel zich zal aansluiten bij het Vlaamse netwerk. Ze eist dat, in dat geval, het netwerk ook de erkenning moet krijgen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.

Gelijkheidsprincipe

Voor minister De Block is het uitgesloten dat een niet-Vlaams ziekenhuis - bijvoorbeeld een bicommunautaire instelling - uit Brussel zich zal aansluiten bij het Vlaamse netwerk.

De meeste Brusselse ziekenhuizen zijn bicommunautair, behalve de universitaire die monocommunautair moeten zijn. Alleen UZ Brussel wordt erkend door de Vlaamse gemeenschap.

De Raad van State vindt dat het gelijksheidsprincipe vereist dat een bicommunautair ziekenhuis de keuze heeft om zich aan te sluiten bij de Franse dan wel de Nederlandstalige gemeenschap. Als een bicommunautair ziekenhuis zich aansluit bij het Vlaamse netwerk, dan moet dat ook erkend worden door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.

Advies genegeerd

Fonck claimde in het debat over de wet dat de Raad van State haar gelijk geeft. Voor minister De Block slaat ze de bal evenwel mis als ze denkt dat een bicommunautair ziekenhuis zich zou kunnen aansluiten bij het door Vlaanderen erkend netwerk.

De minister wijst erop dat er tegemoet is gekomen aan een (eerdere) vraag van de Raad van State door de tekst van het protocolakkoord over de verdeling van de locoregionale netwerken in de wettekst te verwerken.

De tekst nu nog veranderen zou getuigen van weinig loyauteit tegenover de andere betrokken overheden.

Volgens de minister interpreteert de Raad van State de betreffende tekst ook verkeerd: de nu geamendeerde wet sluit een netwerk van louter bicommunautaire ziekenhuizen niet uit, zoals de Raad volgens haar meent.

De netwerken moeten van start gaan op 1 januari 2020. De Gemeenschappen en Gewesten moeten die dan eerst erkennen en moeten nu dringend aan de slag.

De Vlaamse gemeenschap staat al veel verder met haar huiswerk dan de Brusselse en de Waalse entiteiten.